zondag 23 september 2007

Beren op ons pad onderweg naar Port Hardy

20 september 2007

Vanaf de camping in Campbell River hebben we dus een trip gereserveerd op een zodiac met het doel om beren en ander wildlife te gaan spotten. Een tochtje van 4 uur dat ik van Michelle als verjaardag kadootje krijg (ook al is dat nog ver weg...). Nadat we in dikke, warme overlevingspakken gehesen zijn vertrekken we uit de haven met zo'n 10 passagiers. Alhoewel het niet heel erg koud is valt dat op de boot vies tegen. Zeker met een behoorlijke snelheid is het meteen ijskoud en zijn we erg blij met onze dikke pakken. We zien een groot aantal bald headed eagles, zeeleeuwen, zeehonden en een dolfijnachtige orca (porpoise), zwart wit gevlekt.

We varen langs tientallen potentiele strandjes waar mogelijkerwijs zwarte beren (grizzlies komen niet voor op Vancouver Island) gespot kunnen worden, maar na drie uur heen en weer gevaren te zijn tussen Vancouver Island en Quadra Island hebben we nog steeds geen beer gespot. Helaas zal het dus ook niet gebeuren tijdens deze trip. De teleurstelling bij iedereen is behoorlijk groot, want daar hebben we ons dure geld niet voor betaald. Ook vertelt onze 'skipper' weinig over de fauna en gaat hij niet op zoek naar 'rapids' in zee (een soort stroomversnellingen). Niet dat het ons iets uitmaakt, maar het is wel de reden dat hij van niemand in de boot fooi ontvangt... Het meest ironische is nog dat we de mooiste foto van de hele trip pas maken op het moment dat we net zijn teruggekeerd in de haven. Een nieuwsgierige zeehond steekt plotseling zijn kop boven water en blijft ons aankijken. Op slechts 2 meter van de boot…..
Nadat we ons uit de survivalpakken (alsof je een maanlancering achter de rug hebt..) hebben gehesen gaan we om 2 uur 's middags met de RV op weg naar onze laatste etappe plaats op Vancouver Island, Port Hardy vanwaar we morgenvroeg (vrijdag) de ferry nemen naar Prince Rupert, bijna op de grens met Alaska. Onderweg stoppen we nog even in Telegraph Cove, een schattig dorpje met houten huizen, gebouwd op palen. Hier kan je prachtige orca-tochten maken. Het schijnt dat ze hier zelfs hun jongen ter wereld brengen. Helaas ontbreekt het ons aan tijd hiervoor....Onderweg, vlag voor Port Hardy zien we plots 2 zwarte beren (een moeder met een vrij groot jong) langs de weg in het gras scharrelen. Huub gooit meteen de camper aan de kant en we maken snel wat foto's en film. Wel zijn we op een veilige afstand gebleven. Zwarte beren zijn erg gevaarlijk. We ruiken een enorme lijkenlucht, dus waarschijnlijk zijn ze een heerlijke ‘roadkill’ aan het verorberen…. In Port Hardy vinden we een camping vlak bij de ferry, zodat we morgenvroeg niet al te lang hoeven te rijden naar de boot. De receptie van de camping is net een museum. Tientallen opgezette beesten: beer, wolf, uilen, eagles etc etc. staan hier uitgestald. Het zijn allemaal roadkill slachtoffers die hier verzameld zijn. Op de camping stikt het van de 'wilde' konijnen, die zelfs uit je hand komen eten en zich laten aaien. Het is hier net Waterschaps Heuvel... Het is een mix van ‘echte’ wilde (bruin met witte staart) en verwilderde tamme (zwart en grijs) konijnen. Waarschijnlijk heeft iemand zijn pets uit medelijden een keer vrijgelaten en hebben ze zich in een razend tempo voorgeplant. In een grote cederboom meteen achter onze camper zit een bald headed eagle, die opvliegt zodra wij uit de camper komen. We volgen hem om mooie foto's en film te kunnen maken. Geweldig, zo vlak bij allemaal. Daar hoeven we voortaan geen dure excursies meer voor te boeken. Onderweg krijg je het allemaal voor niets en nog veel beter zichtbaar en veel dichterbij.

donderdag 20 september 2007

Campbell River

19 september 2007

Na een slapeloze nacht vanwege de extreme kou (het was tegen het vriespunt) staan we vroeg op. We rijden nog even langs Radar Hill (om de een of andere reden speelt de hele tijd het liedje 'Radar Love' van The Golden Earring door ons hoofd..). Het uitzicht over natuurgebied Clayoquot Sound (lastig, al die Indianennamen) is erg mooi. Maar ook hier zien we helaas geen walvissen spuiten op zee. De afstand is ook wel erg groot, meer dan 300 meter...
Daarna rijden we dezelfde weg terug, oostwaarts via Port Alberni naar Parksville. Van daaruit gaat het naar het noorden en eindigen we in Campbell River. De camping die we op het oog hebben ziet er erg 'gribus' uit, dus we kiezen voor de buurman.
We worden verwelkomd door Peter. Hij beheert de camping, samen met zijn 20 jaar jongere vrouw Conny. Hij is van Schotse afkomst (zijn vader kwam uit Glasgow) en zij heeft Duitse roots via haar voorouders. Ze spreekt nog een woordje Duits. Erg leuke lui en ze regelen een trip voor ons (in de hoop op zalm vissende beren te zien) bij Eagle Eye Adventures. Het is een wildlife trip, dus hopelijk krijgen we morgen van alles te zien.
We lopen het stadje in, dat niet meer voorstelt dan een straat met houten huisjes erlangs, een paar enorme supermarkets en pier waar hordes (voornamelijk) mannen op zalm aan het vissen zijn. We zien ze niets anders vangen dan het zeer giftige kelp (dit kan een kip doden door het aanwezige koolmonocide en heeft stengels van soms meer dan 10 meter).
We doen onze boodschappen en lopen terug naar de camping waar we onze in een liquor shop bemachtigde wijn (een hele klus, het gaat ook in een bruine zak mee..) soldaat maken. Omdat het uit eten gaan hier extreem duur en daarnaast ook nog eens behoorlijk junky is hebben we besloten toch maar eens zelf te gaan koken. Maar dat valt niet mee in een camper. We houden het dus bij eenvoudige, doch voedzame maaltijden. Vanavond staat er SPAM (Monthy Python...) op het menu. We zien wel wat het wordt!

woensdag 19 september 2007

Wandelen op de rand van een continent

18 september 2007
In Tofino, een klein plaatsje aan de uiterste westkant van Vancouver Island, hebben we een plekje gevonden op het Mackenzie Beach resort. Het klinkt allemaal heel erg luxe, maar het is een vrij basic RV parkje, met minimale faciliteiten. Er is wel een zoutwater zwembad aanwezig en dat is wel lekker. De ligging is echter formidabel. Meteen aan het strand van de Pacific Ocean. Tofino ligt net buiten de grens van hert beroemde Pacific Rim Nationale Park. De wandeling die we vandaag doen gaat grotendeels over Long Beach in het Pacific Rim National Park. Long Beach staat bekend om de enorme golven, die in de surfwereld faam genieten. Door de lange, vlakke stranden met gematigd regenwoud, voorbijtrekkende walvissen en stoeiende zeeleeuwen is dit een ideale plek om rond te zwerven. De wandeling die we doen begint eerst met een trail van 1 km door indrukwekkend regenwoud, met reusachtige bomen, tot wel 100 meter hoog. Dit is de Schooner Beach trail. Bomen zijn behangen met mossen, en de wandeling voert over houten paadjes en over steile trappetjes totdat hij op het strand van Long Beach uitkomt. Het tij is gelukkig laag zodat er veel ruimte op het strand is. De overgang van strand naar regenwoud ligt bezaaid met duizenden stukken drijfhout, van dikke boomstammen tot klein brandhout. Je mag echter helemaal niets meenemen van het strand omdat het een Nationaal Park is. Er zijn een aantal moedige surfers bezig, maar helaas zijn de golven niet zo hoog als we gehoopt hadden. Het is een stralende dag, met strak blauwe lucht en weinig wind. Wel uitzonderlijk voor deze kant van Canada, waar op plaatsen meer dan 700mm regen per jaar neerkomt. De wandeling over het strand is ruim 7 km tot aan Combers Beach, waar we nog een stuk van de Spruce Fringe Trail doen. Dit is een trail van ruim 2 km door het regenwoud, waar je heel goed kunt zien wat het dramatische effect van de sterke oceaan winden voor invloed heeft op een woud. En jawel hoor, eindelijk in het echt zien vliegen, de beroemde bald headed eagle (de Amerikaanse adelaar), waar we goede foto's en video opnames van kunnen maken. Geweldig indrukwekkende vogel met zijn witte kop en staart. Even later zien we er ook nog eentje hoog in een boom zitten. In het regenwoud langs Long Beach komen veelvuldig beren voor, die we tijdens deze wandeling jammer genoeg (of misschien maar goed ook, het zijn levensgevaarlijke beesten...) niet te zien krijgen. Na 5 uur wandelen waren we blij dat we de RV weer op de parkeerplaats zien staan. Moe maar voldaan op jacht naar een Liquor Store om een fles wijn te scoren. Die is gelukkig in Tofino wel te vinden. Het dorpje zelf heeft verder nauwelijks voorzieningen, wat piepkleine grocery stores, wat hotelletjes en reisbureautjes. Het is allemaal nog niet verpest door het massatoerisme. Vanavond brouwen we zelf een maailtijd in de camper in elkaar. Het eten in de 'restaurantjes' is over het algemeen niet meer dan junk food, maar dat wel voor gigantische prijzen. Morgen willen we vroeg vertekken omdat we weer een lange reisdag voor de boeg hebben. Over dezelfde route (de enige weg van de west naar de oostkust) als we gekomen zijn weer terug tot de oostkust van Vancouver eiland en dan door naar Campbell River, waar we willen overnachten.

Van Victoria naar Tofino

Maandag 17 september

Na weer een slapeloze nacht vanwege de jetlag valt het ons op dat het niet meer regent. Na een blik naar buiten te hebben geworpen kunnen we concluderen dat het een mooie dag (qua weer) gaat worden. Er zitten wat reepjes blauw in de lucht en de vogeltjes fluiten.
Na een ontbijt buiten (wel met trui aan, de temperatuur is niet om over naar huis te schrijven..) en een leuk gesprek met onze Canadese buren rijden we weg richting het noorden via Highway 1 (ook wel Island Highway genoemd).
Duncan is bekend als de Stad van de Totems (er zijn er meer dan 80 in de stad en langs de weg). Het is de thuishaven van het Cowichan-volk, dat beroemd is om zijn houtsnijkunst. We bezoeken het Quw'utsun Cultural and Conference Centre waar we een film bekijken waarin ook andere aspecten van hun cultuur worden getoond. De tuin staat vol met prachtige totempalen.
Groot verschil met Chili en Argentinie is dat het Indianenvolk hier niet tot op de laatste persoon is uitgemoord. Het schijnt zelfs dat men uit medelijden voor wat er in het verleden allemaal gebeurd is, de Indianen een enorm belastingvoordeel heeft verleend bij het opzetten van hun eigen bedrijf. Laten die Indianen nou geweldige ondernemers zijn en de gehele Casino-keten tot een florerend geheel hebben te omgetoverd.... Dat lag natuurlijk niet in de lijn der verwachtingen. Dit is trouwens de situatie in de USA, hoe het hier geregeld is is ons eigenlijk niet bekend.
Na Duncan komen we aan in het stadje Chemainus, dat faam geniet om zijn muurschilderingen. Het stadje staat bekend als 'The Little Town That Did' vanwege het dramatische herstel in de vroege jaren tachtig van wat het definitieve einde leek. Door de straatkunst heeft deze haven in het zuidoosten van Vancouver Island de titel 'grootste openluchtgalerie van Canada' gekregen. De ondernemende inwoners bedachten het Festival of Murals. Gebaseerd op het succes van de eerste vijf muurschilderingen van 1982, zijn er nu in totaal 34 te zien, die de geschiedenis en het culturele leven van de stad uitbeelden, zoals houthakkers, een locomotief, het interieur van de firma c1917 en portretten van indianenstamhoofden.
Vervolgens rijden we door Nanaimo, dat bekend staat als een levendig vissersplaatsje. Wij vinden het echter een vieze stad waar je niet kan parkeren. We rijden dus door via Highway 4 naar het westen. Cameron Lake komt in zicht en vervolgens het majesteitelijke oerbos van Cathedral Grove. Hier staan enorme Douglassparren, sommige wel 800 jaar oud. De grootste is 76 m hoog, 3 m breed en heeft een omtrek van 9 meter. Al wandelend onder het bladerdak tussen de enorme stammen lijkt het alsof je in een natuurlijke kathedraal bent. We doen een 500 m lange wandeling langs enkele van de oudste bomen, inclusief uitleg over het eco-systeem.
Als we weer verder rijden zien we ineens een man op de weg liggen, echt maar net op de vluchtstrook. Zijn hoofd en bovenlichaam zijn afgedekt door een jack. We schrikken ons kapot en zien de auto voor ons ook twijfelen. We kunnen echter nergens stoppen en het ziet er wel naar uit dat hij overleden was. We hebben dus geen actie ondernomen (er vanuit gaande dat zoveel andere automobilisten dit gezien hadden). We blijven er echter maar over nadenken wat hierachter zou kunnen steken, het geeft helemaal geen goed gevoel.....
Via Port Alberni komen we bij het laatste gedeelte van de rit dat naar een werkelijk ongerept landschap leidt. We tanken maar even helemaal vol na Sproat Lake omdat je van hieraf 85 km niet kunt tanken. We passeren de Sutton Pass en stijgen via een serie scherpe bochten naar het Clayoquot Plateau. We rijden door naar Tofino waar we een plek uitzoeken op Mackenzie Beach Resort, dat een indoor zwembad met zout (zee-)water heeft. We vinden een mooi plekje en maken onze in een supermarkt gekochte fles Chardonnay open. Hij smaakt vreemd en we krijgen er geen 'warm' gevoel van. Het blijkt alcoholvrije wijn (dus dure druivensap) te zijn....
Na een half uurtje zwemmen in het zwembadje lopen we naar het dorp. Toch nog een half uur flink doorstappen. 'Tofino blijkt ook niet meer voor te stellen dan een paar straten met vooral aanbieders van allerlei excursies (whale- en bearwatching). We besluiten morgen maar op eigen houtje het gematigd regenwoud te gaan verkennen. We vinden een leuk eettentje (eigenlijk weer een Ierse pub..) in een houten huis op palen boven het water in het havengebied.